Citaat: "haar meest effectieve wapen: geluidloze tranen. Daar waren noch mijn vader, noch ik goed tegen opgewassen. Die geluidloze tranen vloeiden op allerlei momenten, maar vooral op maandag- en zaterdagmorgen. Op maandagmorgen vloeiden ze doorgaans omdat mijn vader de dag ervoor in de kerk andermaal onder het bidden ‘naar een mokkel had gegluurd’. Op zaterdagmorgen vloeiden ze omdat mijn vader en ik dan veelal thuis waren en er dus publiek was voor de tranen."
Wanneer ze gestorven was, mocht Maarten 't Hart een boek schrijven over zijn moeder. Dat heeft hij gedaan. Het gaat niet uitsluitend over zijn moeder, ook andere aspecten over zijn jeugd komen aan bod. Zijn vader, zijn hele familie, de manier waarmee hij omgaat met geloof, bijvoorbeeld.
Stijl
Hilarisch, vlot, liefdevol en mooi geschreven. Ieder hoofdstuk is een lang cursiefje over een onderwerp. Helemaal Maarten 't Hart. Een uitstekend boek.
Zijn moeder
Het is goed dat dit boek geschreven werd, aangezien 't Hart eerder al zo vaak autobiografisch schreef, maar we nooit een goed beeld van zijn moeder mochten hebben voor zij overleden was. Nu we een goed beeld hebben van zijn moeder, kunnen we al zijn vorige autobiografie beter plaatsen. Tegelijk krijgen we ook een beter beeld van zijn vader en hele familie, en zelfs gemeenschap waarin de supergelovige gereformeerden vertoefden.
Die moeder was wel een verschrikking. Ze was paranoïde en tegelijk uiterst (ziekelijk) fundamentalistisch gelovig. Misschien klampte ze zich vast aan het geloof om haar wanen aan te kunnen. Misschien ook vergrootte het geloof haar angsten, want elk geloof doet een mens bang zijn voor van alles. De duivel en het slechte zitten overal en jij zondigt de hele tijd.
Eén van haar wanen was dat haar man het steeds met andere mokkels deed en steeds naar vrouwen gluurde. Hij mocht dan ook niets van haar, want hij zou naar mokkels hebben gekeken.
Daar bovenop was zijn moeder zeer bazig, wat zij besliste was wet, én ze was hysterisch. Zorgzaam, geduldig, nooit klagen. Maar wel ervoor zorgen dat zij alle macht had. Onder meer met stille tranen eiste ze aandacht en macht op. Kortom, ze was de baas in huis en ze was bang en fundamentalistisch. Het leven werd er zeer eng door. Niets mocht.
Ondanks alles is Maarten ’t Hart altijd van haar blijven houden. Ergens vind ik het dapper dat hij dit zegt. Die vrouw heeft immers het leven van anderen verknald. Ze deed anderen pijn. Nooit knuffelde ze, nooit sprak ze Maarten ’t Hart aan met iets anders dan met een vies woord (vakenbeest was het liefste), nooit lachte ze. Maarten ’t Hart vergoelijkt alles want ze was ziek. Akkoord, ze was ziek. Maar dan nog van haar houden? Terwijl ze anderen pijn doet en geen liefde kent? Ik vrees dat Maarten ’t Hart een speelbal is geweest, en nog altijd is, van die moeder van hem, en dat hij ergens nog altijd met zich laat spelen, ook al doorziet hij haar. Hier ontbreekt wat mij betreft dus wat introspectie – of, als 't Hart dat gedaan heeft, dat hij er niet over heeft geschreven.
Er is echter nog wat dat even hard opvalt. Wie Maarten 't Hart een beetje gelezen heeft, weet wat een ontzettend vriendelijke man hij is. Veel kinderen die in een vergelijkbare situatie als de zijne zijn opgegroeid, zijn daar zwaar gehavend uitgekomen, en velen zijn niet te genieten. Maarten 't Hart is misschien wat reformistische kantjes blijven houden, waar hij zelf om kan lachen, maar wat een vriendelijke man, voor planten en dieren en mensen heeft hij liefde te over, lijkt het wel. Dit lees je natuurlijk niet in zijn boek, maar alle lezers weten het van hem. We kijken ernaar met stomme, blije verwondering dat een man met zo'n moeder, uit zo'n milieu, zo ontzettend vriendelijk is kunnen blijven/worden.
Iets anders
Maarten 't Hart schrijft niet de hele tijd over zijn moeder, en dat is maar goed ook: ik zou het niet hebben uitgehouden, zo'n verschrikkelijk mens! Af en toe wordt het dus afgewisseld met andere anecdotes.
De bijbel
Soms gaat het dan over wat er absurd is aan het geloof, en de manier waarop Maarten 't Hart dit behandelt leest vlot en hilarisch. Maar het lijkt me toch vooral interessant voor de mensen die ten eerste ook gereformeerd zijn opgevoed, en ten tweede, van zijn generatie zijn.
't Hart beperkt zich tot het weerleggen van bijbelverhalen. Het is ergens interessant omdat we leren hoe in zijn tijd en in zijn milieu de bijbel heel letterlijk gelezen werd, en dus ook op dezelfde basis weerlegd werd. Het verhaal van de Ark van Noach is bvb. materieel onmogelijk, en het is heerlijk om te lezen hoe een bioloog dit uitlegt, met al die dieren.
Maar hoewel het interessant is om een tijdsbeeld te krijgen, gelovigen van nu zullen niet door zijn argumenten inzien hoe onmogelijk raar ze bezig zijn en ook voor ongelovigen komt het kinderachtig over, ja zelfs saai, om nog met die dingen bezig te zijn.
Ik word nu een beetje persoonlijk, want als het over zo'n zaken gaat heb ik liever een andere aanpak.
Als hij het zo belangrijk vindt om het geloof links te laten liggen, waarom stelt Maarten 't Hart dan niet meer diepgaande vragen, waar gelovigen wat aan hebben, bijvoorbeeld waarom de mens zo graag wil geloven.Als niet-geloven hem zo interesseert, waarom beperkt hij zich dan tot de bijbel als kinderverhaal? Hij leest graag en veel, waarom gaat hij niet aan de slag met boeken over zaken die nu bekend zijn in de theoretische filosofie en in de wetenschap, over bewustzijn, leven en dood? Leest hij dan nooit over die onderwerpen?
Maarten 't Hart blijft steken in het weerleggen van de bijbelverhalen. Dat is grappig, maar als je over zo’n belangrijk onderwerp niet dieper onderzoekt, wordt het helaas ook een beetje dom - volgens mij.
Maar Maarten 't Hart mag dat doen als hij dat wil en daar behoefte aan heeft. En hij schrijft heel goed!
Kortom
Een heel mooi boek om te lezen, heel vlot en leuk geschreven. Het geeft een goed idee van de moeder van Maarten ’t Hart en over de omgeving waarin hij is opgegroeid, met de domme manier van geloven.
Maar soms weegt het voor mij persoonlijk te licht, zowel wat introspectie van hemzelf bij het gebeuren met zijn moeder aangaat, als wanneer het om het geloof gaat. Ik besef dat ik door dit te schrijven op de dunne lijn zit tussen boekbeoordeling en beoordeling van de persoon die de auteur is. En ik heb al benadrukt wat een ontzettend vriendelijke mens ik hem vind, en hoe vreemd het is dat deze vriendelijke onschuld ongehavend uit zijn jeugd is gekomen. Overigens vind ik hem ook bijzonder intelligent.
't Hart heeft het recht om over het geloof en zijn moeder te schrijven zoals hij dat wil. En hij doet dat heel goed. Ik heb liever een andere aanpak, maar hij hoeft geen filosoof te zijn.
Liever fictie
Ik heb Maarten 't Hart dan ook liever als hij pure fictie schrijft. Zijn plotwendingen zijn zeer intelligent, en in een autobiografie ontbreekt dit heerlijke gegeven. Bovendien hebben we in pure fictie veel minder last van de persoon die Maarten 't Hart is, en zijn jeugd en moeder en zijn gereformeerde omgeving. Het was interessant om zijn moeder te kennen, maar geef me voortaan maar weer fictiewerk van Maarten 't Hart.