Ein-de-lijk uitgelezen. Een boek aangeraden door mijn grootvader. Met periodes heb ik me door het boek moeten slepen. Misschien zou dat binnen zo’n veertig jaar helemaal anders liggen. Voor mij was dit boek noch vis noch vlees: noch een filosofisch werk waarin ideeën grondig uitgewerkt worden, noch een roman waarin personages uitgediept worden. Van beide zit er wat in. Sommige passages en verhaallijnen hadden mij helemaal mee, bijvoorbeeld de tragische dood van lerares O. Andere eerder beschouwelijke passages waren voor mij te vaag.
De roman “Notities van een theoreticus”, van de Chinese schrijver Shi Tiesheng (1951- 2020), is in eigen land een klassieker. Het is bovendien een geweldige roman, in prachtig Nederlands vertaald door Mark Leenhouts, die ook een heel informatief nawoord schreef. Maar het is ook een heel merkwaardige roman, die totaal niet lijkt op iets anders wat ik ken. Wat veel bijdraagt aan de charme en de schoonheid ervan, maar om die schoonheid goed te smaken moet je er wel aan wennen. Sommige recensenten raden daarom aan om eerst in dit boek te bladeren, en het pas daarna van kaft tot kaft te lezen. Zelf echter las ik het meteen van kaft tot kaft, zij het langzaam en diverse passages nog eens nalezend en goed proevend, en daarna herlas ik nog eens rustig en mijmerend alle passages die ik in mijn e-reader gemarkeerd had. Dat waren er trouwens best veel. Het lezen en herlezen duurde dus behoorlijk lang, temeer omdat we hier te maken hebben met een klepper van zo’n 700 bladzijden. Maar ik genoot uitbundig. Juist ook van het herlezen en het her- herlezen. Bovendien voelde ik mij een geluksvogel: dit is de enige vertaling in de hele wereld van deze roman, en daar hebben Nederlandstalige lezers maar mazzel mee.
“Notities van een theoreticus” heeft nauwelijks een plot, en geen duidelijk onderscheidbare personages met een uitgediepte psyche. Wel worden we meegenomen met de meanderende filosofische beschouwingen van een ik- figuur, een schrijver of verteller die steeds in gesprek is met de lezer. Dus: Shi Tiesheng, of een afsplitsing van Shi Tiesheng, is steeds in gesprek met ons. Dat gesprek voert hij op zeer tastende en vragende wijze. Niet vertellend, maar nadenkend. En niet lineair en systematisch, maar dromend, meanderend, tastend en associatief. Dat levert virtuoze filosofische hoogstandjes op, vol peilloze speculaties over allerlei onderwerpen. Bijvoorbeeld over de ongrijpbaarheid van het hier en het nu. Zoals: “Alles wat je bewust hebt meegemaakt is door je bewustzijn vervormd, alleen als betekenisvolle gebeurtenissen zijn die dingen echt, en die betekenis wordt er telkens in het nu aan gegeven. Maar: is er wel echt zoiets als het nu? En zo ja, hoe lang duurt dat dan? Hoe lang is ‘nu’? Een minuut? Een seconde? Als je zo doorgaat is ‘nu’ zo onderhand gelijk aan nul…. Misschien is ‘nu’ enkel de tijd die we nodig hebben om ons van de betekenis van iets bewust te worden. Zodra we ons van iets uit het leven bewust zijn, is het alweer verleden geworden, en zodra betekenis ‘betekenis’ wordt, is ze alweer op weg naar de toekomst. Nu neigt naar nul, als het nu niet het verleden en de toekomst verbond, was het weg, verdwenen, was het niets. En de toekomst? Is die echt? Maar natuurlijk, het echte van de toekomst zit hem erin dat ze de toekomst is, dat ze er nog niet is, dat ze enkel een droombeeld is. Het verleden is op weg naar de toekomst, betekenis jaagt droombeelden na, en precies tussen betekenis en droombeeld, daar waar die twee elkaar net overlappen, net samenvallen, daar zit het nu. Daar waar die twee elkaar net overlappen, net samenvallen, zijn wij op weg, zijn wij in het nu”. Prachtig, hoe vaste begrippen als ‘hier’, ‘nu’, ‘verleden’ en ‘toekomst’ in deze passage al hun vastheid verliezen. En hoe droombeeld en betekenis overlappen. Mooi is bovendien ook hoe we, volgens deze passage, voortdurend “op weg” zijn in die ongrijpbaarheid van het nu en in dat onbevattelijke samenvallen van droombeeld en betekenis.
Precies dat “op weg zijn” is zeer kenmerkend voor de ik- figuur. Niet voor niets spreekt hij over zijn “schrijversnachten”. Zijn onoplosbare filosofische vragen en meanderende beschouwingen krijgen immers hun vorm in zijn nachtelijke verbeelding, waarin de droom hoogtij viert en waarin de ik- figuur tastend zijn weg zoekt in het duister. Of in de schemering van zijn onheldere en raadselachtige innerlijk. Net als wij, trouwens, want wij als lezers kunnen alleen maar meebewegen met zijn meanderende, tastende, filosofische dromen. En met al die steeds maar vertakkende vragen zonder enig antwoord. In die dromen – die “schrijversnachten”- lichten ook diverse personages op, maar dat blijven droomgestalten zonder duidelijke contouren. Ze blijven zelfs naamloos, en worden alleen aangeduid met een letter: de geobsedeerde schilder Z, zijn tragische geliefde O, de intense dichter L, de vergeefs naar de ziel zoekende dokter F, de gehandicapte C, de in politieke ongenade gevallen WR, de beeldschone regisseuse N, en nog diverse naamloze anderen. Geen naam, alleen een letter: mede daardoor blijven het schimmen waarin droombeeld en betekenis elkaar overlappen.
Geleidelijk aan wordt bovendien duidelijk dat zij personificaties zijn van dilemma’s en vragen van de ik- figuur, en dus verzinsels of projecties die bepaalde raadselachtige aspecten in diens eigen innerlijk personifiëren. De verteller onderzoekt zichzelf, mijmert over zichzelf, via de personages die hij verzint. Bovendien zijn die personages deels inwisselbaar, omdat ze vaak met dezelfde vraagstukken worstelen, maar dan op net iets andere wijze en met net iets andere uitkomsten. Of soms zelfs met radicaal tegenovergestelde uitkomsten. Zodat alle personages elkaar spiegelen, overlappen, en soms ook met elkaar contrasteren. Of elkaars contrapunten zijn. Alle overlappingen en spiegelingen maken die personages nog raadselachtiger dan zij al waren, en door die overlappingen worden de ervaringen van de ‘ik’- die immers door deze overlappende personages gepersonifieerd worden- ook nog eens raadselachtiger en veelvormiger. Bovendien wordt de ‘ik’ daardoor een symfonie van vele uiteenlopende mogelijkheden en potenties. Want elk personage personifieert niet alleen verschillende vragen en ervaringen van de ‘ik’, maar ook verschillende manieren om met die ervaringen en vragen om te gaan. Of verschillende vormen die een levensloop kan hebben: soms maken verschillende personages bijna letterlijk dezelfde gebeurtenissen mee, maar zorgt een klein en toevallig verschil toch voor radicaal andere uitkomsten. Zoals ook de ík’ zelf heel andere levenslopen had kunnen hebben, als bepaalde zaken toevallig net anders waren verlopen. Tenslotte personifiëren de personages ook nog eens verschillende manieren om te berusten in het uitblijven van een antwoord. Alle vraagstukken waar zij mee worstelen blijven immers onbeantwoord en daardoor raadselachtig: net zo raadselachtig als de personages zelf, die allemaal naamloze personificaties zijn van een raadselachtig aspect in het veelvormige maar raadselachtige innerlijk van de zo raadselachtige ik- figuur. Die voortdurend op weg is, zonder te weten waarom of waarnaartoe. En die voortdurend mijmert over de raadselachtigheden van die weg. Net als zijn personages.
De ‘ik’ en zijn personages mijmeren over een bonte veelheid van raadselachtige ervaringen, vraagstukken, onderwerpen en fenomenen. Bijvoorbeeld over allerlei vormen van politieke ongenade, of van onterechte uitstoting door de gemeenschap. Of over ballingschap en verraad. Naar mijn idee wordt er weinig gezegd over het totalitaire regime van het huidige China, wat ik – gezien de censuur aldaar- trouwens meteen begrijp. Maar het totalitaire en politiek- repressieve verleden van China klinkt in diverse passages indringend door, op voor mij vaak verrassend nadrukkelijke en openlijke wijze. Maar nooit pamflettistisch: ook de meer politiek geladen passages hebben allemaal die vragende, meanderende en filosofisch tastende vorm die zo kenmerkend is voor Shi Tiesheng. Veel van de personages bijvoorbeeld kennen hun vader niet, omdat die door verbanning of om andere politieke redenen al heel lang afwezig is. Maar die afwezigheid wordt dan beschreven als “een vage, mensvormige leegte” en die leegte roept, bij mij althans, weer associaties op met het ongrijpbare niets waaruit wij allen zijn ontstaan en waarnaartoe wij allen op weg zijn. Dus krijgt die politiek gekleurde afwezigheid naar mijn smaak vooral existentiële en filosofische dimensies.
En dat geldt nog sterker voor de andere fenomenen waar de ‘ik’ en zijn personages mijmerend mee worstelen. Zoals de ongrijpbaarheid van hier, nu, verleden, heden en toekomst, zoals we hierboven al zagen. Of zoals de ongrijpbaarheid van de ziel, die overal is en nergens, “net als muziek, die zit niet in één noot, maar in elke noot, het is de boodschap die in elke noot, het is een boodschap die uit alle noten samen bestaat. Of als schilderkunst, die zit niet in één enkele kleur of lijn, pas als alle kleuren en lijnen samen berichten uit het verleden en de toekomst gaan vormen, beweging en verlangen gaan vormen, gemis en verlokking, dan pas wordt de schilderkunst geboren…”. In deze laatste passage klinken bovendien verlangen en gemis door: twee zeer dominante en steeds terugkerende vraagstukken in “Notities van een theoreticus”. Het gemis komt in diverse vormen schrijnend naar voren: de verlamming van C en van de ik- figuur, die hen beiden berooft van fysieke liefde (waardoor zij onnavolgbaar mijmeren over de verknoopte raadsels van seks en liefde); de gefnuikte en veronachtzaamde liefde van dokter F; de tragische zelfmoord uit liefdespijn van O; alle zo verschillende interpretaties van deze zelfmoord door alle andere met eigen liefdespijn worstelende personages; enzovoort enzoverder. Maar het al dan niet gefnuikte verlangen klinkt minstens zo sterk. Want veel van de personages ZIJN hun verlangen. Hun ongrijpbare ziel IS hun ongrijpbare verlangen. Net als de ziel van de ‘ik’, waar zij afsplitsingen van zijn. En daardoor zijn veel van de meanderende, filosofische en mijmerende passages in deze roman ook werkelijk tot in hun poriën doordesemd van schroeiende passie.
Dat intense verlangen wordt vaak opgeroepen met meerduidige beelden. Waardoor de ongrijpbare raadselachtigheid van dit verlangen prachtig voelbaar wordt. Het liefdesverlangen van O bijvoorbeeld manifesteert zich in een fraai beschreven droom van een witte, in ongrijpbare hoogten vliegende vogel, die zonder geluid op weg is naar een ontastbare sfeer van een in onwerkelijkheid oplossend plattelandshuisje. De ik-figuur overweegt mijmerend dat dit ook wel eens zijn eigen droombeeld kon zijn. De door O zo geliefde schilder Z wordt bovendien door een zeer vergelijkbaar droombeeld achtervolgd: “Volgens mij begon het leven van Z, als schilder dan, op een middag op zijn negende, op net zo’n middag als ik zelf ooit heb meegemaakt. Het begon met een veer in een porseleinen vaas. Een veer van een grote vogel, wit, simpel en sierlijk, krachtig, los van de wereld”. Op zijn negende was Z in een bijna droomachtig huis, met oneindig veel gangen en vele geheimzinnig dichte deuren, waarin hij een meisje van zijn eigen leeftijd bezocht. In zijn herinnering is dat voor hem - en voor de ik- figuur!- een bijna ondraaglijk geladen oerscène geworden, vol van een voor hem onbevattelijke symboliek. En die symboliek wordt samengebald door zijn herinnering aan een witte vogelveer, in een vaas in dat huis. DAT is waarom hij die veer steeds weer opnieuw schildert, DAAROM markeert die raadselachtig witte veer van die ongrijpbaar witte vogel zijn geboorte als schilder.
Het schilderen van die witte veer is en blijft echter een oneindige worsteling: “Z liep op zijn negende die kamer in en zag die grote vogelveer. In het tegenlicht leken de glasroeden van de ramen lichtgrijs, alle glasvlakken hadden de zachte, heldere glans van condens en ijsbloemen. […] In zijn verdere, ongewisse leven zou schilder Z ontelbare malen proberen die vroege herinnering op het doek vast te leggen, om er alleen maar achter te komen hoe ongrijpbaar het gevoel bleef, het gevoel van dat ene moment”. Dat neemt jaren later behoorlijk obsessieve vormen aan: “Toch schilderde Z na al die jaren nog altijd als een bezetene die grote, smetteloos witte vogelveer, telkens opnieuw, wel honderden, duizenden keren. Hij schilderde de veer in allerlei standen, tegen allerlei achtergronden: weids en open, somber en neerslachtig, wild en onstuimig, soms leek het een rokend slagveld, soms een woeste oerchaos”. Dat steeds weer opnieuw schilderen van die vogelveer, en het gegeven dat die schildering soms een “oerchaos” laat zien, onderstreept voor mij hoe ongrijpbaar die vogelveer voor Z blijft en hoe onbevattelijk het verlangen is dat door die veer wordt gesymboliseerd. Z zelf zegt daar later dit over: “Als ik iets schilder, is dat omdat ik het aanbid. Ik wil het schilderen omdat ik het… omdat ik het wil vinden, het uit een grote vaagte naar voren wil halen, het uit het onwerkelijke samen wil zien ballen tot iets echts, iets dat naar mij kijkt zoals….”. Maar alleen al de haperingen in wat hij zegt maken voor mij voelbaar hoe onmogelijk voor hem is om die veer ECHT uit de onwerkelijke vaagte naar voren te halen. De intensiteit van Z’s verlangen is echter minstens zo wezenlijk, en die wordt volgens mij juist door die onwerkelijke vaagte gevoed. Want juist door zijn onbevattelijkheid blijft die onmogelijk witte vogelveer hem obsederen. Misschien zelfs tot na zijn dood. Alsof die obsessie voor die veer, die zijn geboorte als schilder markeert, die schilder zelfs ook overleeft. Want na zijn spoorloze verdwijning is er, misschien, nog één significant spoor van hem over: “Als er ergens in het noorden, waar het grote uitspansel en de weidse vlakte elkaar raken, een plek is die bezaaid is met steenbrokken, en waar op elke brok of steen een witte veer staat geschilderd, dan is dat denk ik het enige spoor van Z."
Ik vond “Notities van een theoreticus” echt een oneindig boeiende roman. Prachtig vond ik hoe Shi Tiesheng voortdurend in gesprek is met de lezer, en hoe hij in dit gesprek allerlei raadselachtige personages opvoert die afsplitsingen zijn van hemzelf, of van de door hem bedachte ik- figuur. Heerlijk vond ik hoe hij via die ik- figuur en die personages allerlei intrigerende filosofische vraagstukken omcirkelt, op allerlei verschillende manieren, en hoe hij de intrigerende raadselachtigheid van die vraagstukken daarmee steeds nog verder vergroot. En ronduit geweldig vond ik hoe hij schrijft over de vele vormen van intens verlangen en intens gemis, waarbij het verlangen op aanstekelijke wijze wordt versterkt door het gemis en het gemis op al even aanstekelijke wijze door het verlangen. Wat dan voelbaar gemaakt wordt in schitterende uitgesponnen redeneringen door verschillende personages en vanuit verschillende perspectieven, maar ook door het gebruik van indringend meerduidige beelden. Ik vond het bovendien heerlijk hoe raadselachtig en oningevuld de personages waren, zodat ze alle ruimte gaven aan mijn eigen verbeelding en fantasie. En ik vond het enorm opwindend om een ik- figuur te volgen die zichzelf via deze raadselachtige personages presenteert en onderzoekt, op een manier die mijn verbeelding werkelijk liet huppelen van vreugde. Kortom: geweldig dat dit boek nu vertaald is, dus laat ons feestvieren!
Vanaf de eerste pagina’s voelde ik dat Shi Tieshengs 'Notities van een theoreticus' me zou boeien; onder meer omwille van de elegantie waarmee de auteur de talrijke situaties schetst. Er schuilt een waardigheid in zijn manier van denken die ik in dagelijkse contacten nog zelden ervaar en die ik mis... en vooral, is er een bescheiden maar onwrikbare kracht die elke bladzijde doordrenkt. Waardigheid in haar essentie, geen blasé pretenderen van een persoonlijke waarachtigheid, maar een oprechte weergave van diepmenselijke gedachten en verwarring, die ondanks vele beproevingen met empathie en mededogen gedragen blijven. Dit boek is niet slechts een fijne roman, het is een intieme verkenning van de menselijke conditie, een filosofische reis door de geest van een man die een caleidoscoop van gedachten en gevoelens blootlegt. Shi’s roman, die in 1996 in China verscheen en tot op heden enkel in het Nederlands werd vertaald, is volgens mij niets minder dan wereldliteratuur, in de puurste zin van het woord. Ik vind het een briljant boek. Treffend vooral is hoe Shi verlangen en beperking verweeft. Zijn fysieke beperking – hij was vastgekluisterd aan een rolstoel - is slechts een facet van een veel breder, menselijk tekort. "Overal wordt de liefde gepredikt, maar in jouw leven, C, moet je haar uitvlakken," schrijft hij. Toch blijft het verlangen naar liefde onuitwisbaar. De hoofdfiguur C, die best wel heel sterk op Shi lijkt, wordt gevormd door het spanningsveld tussen verbinding zoeken en verlies ervaren. "Toen het lot C’s lichaam herschreef, was het vergeten zijn geest te herschrijven." Zo eenvoudig, maar zo diepzinnig – een erkenning dat fysieke beperkingen het innerlijke leven niet kunnen temperen. Ik vond een paar zeldzame interviews met Tiesheng online, opgezocht tijdens het lezen. Shi’s stijl en denken intrigeerden en ik wilde meer weten over deze bijzondere filosoof-schrijver. De auteur is opvallend eerlijk over de beperkingen van het schrijverschap zelf: "Ik denk dat ik nooit een volledig, volwaardig personage zal kunnen creëren," - toch voelt zijn wereld rijk en levendig aan, bevolkt door figuren als de schilder Z, de dichter L, de lerares O, de dokter F, de regisseuse N, en de politieke banneling WR. Ze worden aangeduid met enkel een letter, wat hen een zekere anonimiteit geeft, maar tegelijk benadrukt hoe ze stuk voor stuk facetten zijn van Shi’s eigen innerlijke wereld. "…,ik kan hen niet creëren," schrijft hij, "ik word door hen gecreëerd." Dit voel je tijdens het lezen. Personages die niet slechts verzinsels zijn, maar spiegelingen, echo’s van de schrijver zelf. Hun verhalen vermengen zich, schuiven over elkaar heen, en vormen zo een heel mooi en divers beeld van het ‘ik’ - niet als een vaststaand gegeven, maar als een voortdurende transformatie. Wat Shi’s schrijverschap - voor mij - daarnaast zo waardevol maakt, is zijn filosofische benadering van tijd en herinnering. Hij beschouwt het verleden niet als een afgesloten hoofdstuk, maar als iets dat voortdurend in het heden voortleeft. Maar meer nog: "Ons leven gaat onvermijdelijk voor een groot deel in onze verbeelding voorbij.". Mijn huidige opleiding in de klinische neuropsychologie leert me dat herinneringen geen objectieve feiten zijn, maar subjectieve bouwstenen van identiteit. Herinneringen worden gekleurd door de eigen bias, het persoonlijk perspectief en ze worden bijgekleurd telkens ze uit het geheugen worden opgediept. Die subjectiviteit maakt de betrouwbaarheid ervan dus hoedanook ‘twijfelachtig’. Shi’s schrijversnachten, waarin de grens tussen feit en verbeelding voor hem vervaagt, waren herkenbaar voor me - ze resoneerden met de nachtelijke overpeinzingen van eigen reflecties op herinnering en identiteit. "In mijn schrijversnachten is werkelijkheid in tijd en ruimte niet belangrijk, wat belangrijk is, is de herinnering." Deze gedachte bleef hangen, en is als een zachte echo die me ertoe aanzet mijn eigen herinneringen blijvend te heroverwegen en ze niet gewoon opzij te zetten als ‘het was wat het was’, ‘gepasseerd’ en ‘verleden tijd’. Shi Tiesheng gebruikt ‘het zuiden’ als metafoor. Dit ‘zuiden’ is meer dan een geografische aanduiding; het is een gedroomd paradijs, een plaats van verlangen en hoop. Het contrasteert scherp met de harde realiteit van Shi’s leven in het noorden van China, waar armoede en politieke repressie de toon zetten. Wat raakt, is hoe subtiel de auteur de gruwelen van het totalitaire regime verweeft met de persoonlijke verhalen van zijn personages. De ervaringen tijdens de Culturele Revolutie en de 'Grote Sprong Voorwaarts' sluimeren op de achtergrond, maar de impact ervan is onmiskenbaar. De politieke banneling WR belichaamt de spanning tussen persoonlijke identiteit en politieke repressie, terwijl de dichter L en de lerares O lijden onder de vernietigende kracht van verraad en uitsluiting. Ik vraag me af hoe dit boek toch door de censuur is geraakt, gezien de impliciete kritiek op de willekeur en onderdrukking van het regime. 'Notities van een theoreticus' kent geen conventioneel plot. Het is een verzameling van 237 notities, filosofische beschouwingen en persoonlijke herinneringen die samen een symfonie vormen van het menselijke bestaan. Het is een boek dat je langzaam leest, en vast telkens opnieuw oppakt, en waar je steeds weer nieuwe lagen in ontdekt. Shi Tieshengs literaire nalatenschap is een testament van een man die, in de context van zijn fysieke beperking en persoonlijke tragedies, een diep begrip ontwikkelde van de menselijke ziel. Zijn roman lijkt wel een tijdloos (toevluchts)oord, een plek waar je kan rusten en genieten van de wijsheid en schoonheid van een auteur die een brug slaat tussen het persoonlijke en het universele. Shi Tiesheng overleed in 2010 en het voelt aan als een gemis dat de wereld hem niet eerder heeft leren kennen. Wat dit boek voor mij echt zó bijzonder maakt, is de prachtige waardigheid die Shi in zijn denken legt. Zijn proza is bezwerend en ritmisch, zijn stijl helder en doordrenkt van mededogen. Hij schrijft niet om te shockeren, maar om te begrijpen. Er zit een sereniteit in zijn woorden, een aanvaarding van het lot, zonder bitterheid, zonder rancune... en dat vind ik ongelooflijk krachtig. ----- 'Kun je me dan vertellen wat liefde is?' vroeg hij. 'Ooit wist ik het,' zei ze hoofdschuddend, 'maar nu ben ik het vergeten.’ En wat was toen dan, volgens jou, het verschil tussen mij en al die mannen?' 'Als ik hen zag, dacht ik aan jou, en als ik jou zag, vergat ik hen. p315
En ik, waar ben ik dan? Tot op de dag van vandaag hoor ik dokter F nog vaak tegen me zeggen: verlangen wordt voortgedreven door verschil, maar zoekt voortdurend naar gelijkheid - zo heeft God een eeuwige cyclus geschapen, en uit die eeuwige cyclus, kun je zeggen, wordt 'ik' geboren, Dus daar zit ik, in die boodschap. Nee nee, zal dokter F me in mijn dromen verbeteren: 'ik' zit er niet in, 'ik' is die boodschap zelf. p678
Dit is duidelijk een 'grote' roman, een roman van een schrijver met een visie op het leven die de tijd neemt om aan de hand van de lotgevallen van een flink aantal personages iets te laten zien van hoe het leven geleefd wordt. Bijzonder is dat de schrijver die personages alleen aanduidt met een letter, vaak voorafgegaan door hun beroep: de lerares O, de schilder Z, de dokter F. Het zijn dan ook geen echte personages; vaak geeft de schrijver aan dat het alleen om zijn herinneringen gaat, dat wat hij aan het ene personage toeschrijft ook het andere overkomen zou kunnen zijn. Hoewel ze wel eigen karaktertrekken hebben (bijvoorbeeld de geldingsdrang van schilder Z) zijn veel van de gebeurtenissen die ze overkomen inwisselbaar. Soms worden overeenkomstige episodes in hun levens in vrijwel identieke passages verteld. In veel opzichten is het boek een portret van een generatie van Chinese intellectuelen, getekend door de verschrikkingen van Mao's periodieke terreurcampagnes tegen echte en vermeende tegenstanders (een aantal van hen heeft een 'verkeerde' klassenachtergrond). De auteur betitelt zich als een 'theoreticus', en in combinatie met de bijzondere manier van vertellen creëren zijn bespiegelingen wel een grote afstand tussen de lezer en de personages. Sommige bespiegelingen, zoals die over liefde en verlangen, zijn heel mooi; er zijn er helaas ook nogal wat die bij mij een grote portie kregeligheid veroorzaakten, zoals die over de verwarring tussen droom en werkelijkheid of die over de overeenkomsten tussen de personages. Het zijn dingen die je na één of twee keer wel door hebt, maar waarover de schrijver niet kan ophouden. Uit sympathie voor boek en schrijver moest ik soms bewust besluiten dat gevoel van ergernis te onderdrukken. Het blijft ondanks dat een indrukwekkende en ook indrukwekkend geschreven geschiedenis.
This book taught me that the line between great literature and rambling is a thin one. Shi demonstrates emotional intelligence, shares a convincing humanist worldview, and does so with a captivating lyrical style. However, while 务虚笔记 is considered his magnum opus, I believe he should have shown some restraint by writing a more concise and shorter novel. Why not stick to poetry?
Zelden lees ik een boek niet uit, maar bij dit boek kon ik niet anders. Hoewel begrijpelijk waarom de schrijven de hoofdpersonen slechts aanduidt met voorletters, wordt dit na twee hoofdstukken al irritant. Bovendien maakt het er niet leesbaarder op, personages krijgen m.i. juist minder karakter waardoor je de verhaallijn compleet kwijtraakt en je je interesse verliest. Bij twijfel: niet beginnen aan dit boek
Ik begrijp niet alles, maar ik ben zeer onder de indruk van dit boek. De uitgebreid, de dichterlijkheid, van hoe deze man over de liefde schrijft op basis va meerdere stellen, wiens levens elkaar af en toe ook raken. Soms wat moeilijk te volgen omdat de personages alleen initialen hebben, dan lopen ze soms wat in elkaar over, maar dat is waarschijnlijk ook net de bedoeling.
"Mooie plek? Ja, het mag geen plek zijn waar je van simpele eerlijkheid terugvalt in beleefd- en wellevendheid. Een mooie plek? Ja, het mag geen plek zijn waar alle moeite die je doet zomaar even licht wordt afgedaan."
断断续续读了好久,但还是没读完。读史铁生别的作品没这样的感觉,读他这本半真半假的小说被装模作样的遣词造句吓到了,字字句句好像都在说你看我多有天赋,实在用力过猛。另外就是字母人名,既然都用了职业代称(作家导演医生诗人),非要加N F O L T WR吗?简直是脱裤子放屁。 太不喜欢了,整本书只感觉装模作样,多段爱情故事竟写出村口八卦质感。倒是印证了书名的“务虚”!他没有写爱情小说的天赋,还是剖析自己才信手拈来。